U bent hier: Home » Interviews

Audiofanaat: Michiel Romeyn

maandag 12 december 2011, geplaatst door Hear+See redactie | 45908 keer bekeken

In samenwerking met Lust for Life presenteren we elke maand een interview met een bekende audio liefhebber. Deze keer: Michiel Romeyn. Onlangs speelde hij in de miniserie Rembrandt En Ik, waarin hij de rol van de schilder vertolkte. Toch zal de naam van Michiel Romeyn altijd verbonden blijven aan Jiskefet. Daar gaf hij gestalte aan karakters als Oboema, Storm en rocker Tony van Heemschut. Hij is zelfverklaard Beach Boys-fan, maar vindt ook The Black Keys en Rammstein fantastisch. En smaak? Ja, daar valt over te twisten.

Yamaha miniset
“Vroeger had ik een installatie staan van Rotel, met luidsprekers van Bowers & Wilkins. Tegenwoordig heb ik een setje van Yamaha dat er misschien niet heel indrukwekkend uitziet, maar wel meesterlijk klinkt. Ik ben geen audiofiel, maar een cd moet wel een beetje klinken. En dat doet deze. Vooral de bas is erg imposant!”

 

Michiel Romeyn
Foto’s: © Marianne van Meel | www.mariannevanmeel.com

Eerste aanraking met muziek
“Mijn ouders vonden muziek niet belangrijk. Mijn vader kon jazz wel waarderen en thuis lagen ook platen van Rita Reys en Thelonious Monk, maar die kwamen eigenlijk nooit van de pick-up af. Ik werd zelf redelijk vroeg gegrepen door muziek. Dat werd aangewakkerd door dixielandnummers die ik hoorde, en artiesten als Chris Barber en Chubby Checker. Later kwamen The Beatles en natuurlijk The Beach Boys. Mijn ouders haatten die muziek! Ik weet nog goed dat ik bij mijn grootmoeder was en op televisie The Pretty Things, compleet in rock & roll-stijl met lang haar, optraden. Mijn oma zei huilend tegen me: ‘als jij er ooit zo uit gaat zien, kom je hier nooit meer binnen!’”

Eerste plaat
“Ik denk dat mijn eerste plaat Paperback Writer van The Beatles was. Vroeger was de muziek die je draaide natuurlijk heel nauw verwant met de groep waarbij je hoorde. Ik vond John Lennon en de zijnen al gauw te slick, terwijl The Rolling Stones juist iets te ruig waren. Ik raakte toen redelijk verslaafd aan The Beach Boys. Als ik muziek draai, treedt mijn rijke fantasie in werking. Bij die laatste band verbeelde ik me van alles: stranden, zon, vrolijke mensen. Ook At San Quentin prikkelde mijn voorstellingsvermogen: Johnny Cash, ruige vent die hij was, die dan voor dat geboefte stond te spelen. Dat vond ik immens spannend!”

Eerste hifi-installatie
“Ik had een platenspeler van Philips. Wat voor type het was, weet ik niet meer, maar hij was bruin en had een waterpas ingebouwd. Ik lag urenlang op de grond tussen de luidsprekers in te luisteren. Naar Lucky Man van Emerson, Lake & Palmer bijvoorbeeld. Dat had een heel interessant stereostukje, waarbij het geluid van de ene naar de andere box ging. Man, dat vond ik fantastisch! En ik had een klein transistorradiootje, waarmee ik ’s nachts op Radio Luxemburg afstemde. Onder mijn kussen natuurlijk, want mijn ouders mochten niet weten dat ik nog wakker was.”

Kopen of downloaden
“Ik háát computers, echt. Ik heb zo’n iPod en heb ook wel eens wat liedjes gedownload om erop te zetten, maar dat is helemaal niks voor mij. Ik koop mijn cd’s ook altijd, bij Concerto in Amsterdam. Lekker door de bakken struinen en aan die jongens vragen wat nieuw en leuk is. Wat ik als laatste heb gekocht? Het debuut van Rumer, dat vond mijn vrouw ook erg mooi. En ik ben erg gecharmeerd van de nieuwe van The Black Keys. Maar ik vind Rammstein bijvoorbeeld ook fantastisch, het is bijna cabaret! Heerlijk voor in de file.”

Twisten over smaak
“Mensen die ik hoog heb zitten, maar van verschrikkelijke muziek houden, kunnen enorm in mijn achting dalen. Dat iemand op een feestje vertelt dat hij enorm van Queen houdt bijvoorbeeld. Dan is het net alsof hij in de hondenpoep heeft gestaan en je dat dan ruikt, bah! Wat is die band kitscherig, het lijkt wel Anton Pieck! Met Prince heb ik ook niks. Een beetje moeilijk doen, terwijl hij eruit ziet als een dameskapper uit Gorinchem. Ik vind dat over smaak absoluut te twisten valt!”

Lp’s en albumhoezen
“Ik ben van plan om in mijn werkkamer mijn platenspeler, een Lenco, weer aan te sluiten. Een beetje door mijn collectie struinen, plaat uit de hoes halen en op de speler leggen: het is echt een gebeurtenis. Net als het opsteken van een goede sigaar. Ik ben ook een groot fan van platenhoezen. Voor Jiskefet maak ik ze ook altijd: het is toch iets wat de mensen bij blijft. Ik snap ook niet dat sommige bands daar een zooitje van maken. Neem nou Pet Sounds van The Beach Boys, dat is wel de lelijkste hoes ooit! De band die blaadjes sla aan een paar geiten voert, dat kan toch niet?”

Michiel

Tekst: Paul Gersen | www.lustforlifemagazine.nl 

Er zijn nog geen reacties...

Reageer op dit artikel

Nieuwe gebruiker?

U dient zich te registreren voordat u kunt reageren.

Nu registreren


Verstuur